Berlijn is een stad die door de geschiedenis heen vaak een hoofdrol heeft gespeeld. De val van de Muur viert dit jaar zijn 30ste verjaardag en volgend jaar is het al 75 jaar geleden dat Nazi-Duitsland de Tweede Wereldoorlog verloor. Berlijn was in beide gevallen de stad waarin alles gebeurde. Maar ook nu is er nog controverse in de stad.

Het Humboldt Forum: Een Controversiële Herrijzenis
In het centrum van Berlijn staat het Humboldt Forum, voorheen het Stadtschloss, bijna in zijn oude glorie. Dit gebouw was ooit een paleis voor de Pruisische koningen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het zwaar beschadigd door geallieerde bombardementen. Een paar jaar later werd het volledig met de grond gelijkgemaakt door de DDR om plaats te maken voor een nieuw parlement. De Oost-Duitsers wilden hiermee het Pruisisch militarisme en nazisme vernietigen. Na de val van de Muur won extreemrechts echter een lobbystrijd om het paleis te laten herrijzen. In september van dit jaar zal het Stadtschloss eindelijk af zijn.
Het Stadtschloss heeft een rijke geschiedenis. Het stond centraal in de revolutie van 1848 in Pruisen, waar tijdens een betoging doden vielen, en het was in die periode een symbool van onderdrukking. Aan het einde van de 19e eeuw kreeg het paleis een andere betekenis: in 1871 werd het kasteel het symbool van het Germaanse Rijk, omdat Wilhelm I de eerste keizer van Duitsland werd en het gebruikte als hoofdkwartier. Macht en onderdrukking zijn dus woorden die sterk verbonden zijn met het paleis. Toch besloot de stad Berlijn om het gebouw terug tot leven te wekken.
Acht maanden voor het einde van de bouw is de discussie tussen pro- en antipaleisfracties nog altijd gaande. Daarnaast is er ook de discussie over artefacten die Duitsland in zijn koloniale verleden heeft verzameld en nu tentoongesteld zullen worden in het Humboldt Forum. Professor U.P. merkt op dat de gewone Berlijner de gigantische investering van bijna 600 miljoen euro als een teleurstelling ziet, en liever ziet dat dit geld geïnvesteerd wordt in bijvoorbeeld de grote Brandenburg luchthaven die nog altijd niet open is voor gebruik.
“Als historicus denk ik dat het niet meer dan normaal is dat we alle voorwerpen die op een verkeerde manier zijn verkregen, terug moeten sturen naar de plaats van herkomst,” aldus Professor U.P. Hij benadrukt dat elk voorwerp een grondig onderzoek moet krijgen om te zien waar het thuishoort, aangezien sommige artefacten ook op een correcte manier zijn aangekocht via ruilhandel of gewone koophandel. Geschiedenis is vaak zeer ingewikkeld en naarmate de tijd vordert, verdwijnen belangrijke details.
Verschillende organisaties, zoals Initiative Schwarze Menschen in Deutschland (ISD) en Berlin Postkolonial ‘No Humboldt 21’, klagen dit project aan. Zij vinden het een schande om voorwerpen uit de Duitse kolonies zo in de kijker te zetten. Het Humboldt Forum, dat in 2019 geopend zou worden, is een ingewikkeld lokaal dossier. Arnout le Clercq, freelance auteur en historicus, stelt dat de discussie over restitutie van kunst uit Afrika in Berlijn recent weer in de media is gekomen. Het Duitse koloniale verleden is een beetje een blinde vlek, mede door de bewogen twintigste eeuw van Duitsland met de Eerste Wereldoorlog, het Derde Rijk, de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en de DDR. Hierdoor was er weinig aandacht voor het koloniale verleden, maar het Humboldt Forum brengt hier verandering in.
Le Clercq voegt toe dat het Duitse kolonialisme laat op gang kwam in vergelijking met andere landen, maar dat elke kolonisatie wreed was en gericht op exploitatie. Hij benadrukt dat restitutie een lastig traject is en dat dit pragmatisch aangepakt moet worden, wat een werk van lange adem is. Het ontbreken van archieven, kennis over families en correspondentie zijn onder andere de moeilijkheden bij restitutie van kunst die tijdens de koloniale periode is verkregen.
“A new museum opens old wounds in Germany,” kopte The New York Times. Een protestmars in Berlijn richting het Humboldt Forum bewees dit. Mensen willen de waarheid horen over het verleden van de Duitse kolonies en vinden dat de koloniale rekwisieten moeten worden teruggegeven. Het museum zal altijd geassocieerd worden met het bloedvergieten van de koloniale periode.

De Parallel tussen Duits en Belgisch Kolonialisme
Ook in België is er controverse in verband met het koloniaal verleden. Het Africa Museum in Tervuren doet denken aan de tijd dat Congo een Belgische kolonie was. De collectie is grotendeels verworven uit die periode en de tijd dat Congo privébezit was van koning Leopold II. Het museum brengt ons terug naar de tijd waarin miljoenen mensen omkwamen door uitbuiting en onderdrukking, met name wegens slavernij en dwangarbeid in de rubberteelt. Guido Gryseels, de directeur van het Africa Museum, staat open voor de vraag om kunst uit Congo terug te geven, maar maakt onderscheid tussen gestolen voorwerpen en stukken die gewoon uit de kolonies afkomstig zijn.
Kolonialisme en racisme zijn nog steeds prominent aanwezig, niet alleen in Berlijn, maar in heel Duitsland. Tahir Della, bestuurslid van Initiative Schwarze Menschen in Deutschland, vertelt hoe kolonialisme en racisme nog ingeburgerd zijn.
De Berlin Story Bunker: Een Gevoelig Onderwerp
Tot 2014 werd de Berlin Story Bunker gebruikt als spookhuis. Enno Lenze, van uitgeverij Berlin Story Verlag, nam het over en richtte het deels in als museum. In 2016 sloot Lenze het spookhuis definitief en kwam er de Hitler-expositie voor in de plaats. In 2017 kwam er een tentoonstelling bij over ‘twaalf jaar Derde Rijk’. Vandaag de dag kunnen bezoekers de tentoonstelling ‘Hitler - Wie konnte es geschehen’ bezoeken, inclusief een replica van Hitlers werk- en woonkamer.
De organisatie van de Berlin Story Bunker meent dat het publiek erg nieuwsgierig is en dat ze dankzij de tentoonstelling nieuwe dingen kunnen bijleren over het verleden. Aan de andere kant is er de Duitse krant Die Welt die spottend zei dat het uitgangspunt moet zijn geweest: ‘kinderen, geniet ervan, maar bedenk wel dat het heel, heel erg was.’ Een woordvoerder van de Topographie des Terrors vindt dat de hele organisatie van de Berlin Story Bunker er enkel naar streeft om indruk te maken.
Dat de Berlin Story Bunker een gevoelig thema is, lijkt de organisatie zelf ook te weten. Enno Lenze en Wieland Giebel, curator van de bunker, hebben zelfs te maken gekregen met doodsbedreigingen en willen geen commentaar geven.
Sommige inwoners van Berlijn hebben een doordachte, persoonlijke mening. Zij beseffen dat het een donkere geschiedenis is die wordt belicht zonder dat er echt gehamerd wordt op het feit dat het een verschrikkelijke, brutale en negatieve periode was. Zij vinden het een absurde manier om het verleden te herinneren en zien de Berlin Story Bunker als tactloos en de organisatie als puur op geld uit.
Er zijn echter ook positieve reacties. Enkele bezoekers of inwoners van Berlijn vinden dat er nog nooit zo een grote tentoonstelling heeft plaatsgevonden die een dergelijke heldere blik geeft op het leven van Hitler. De organisatie probeert aan de hand van veel onderzoek de sociale omstandigheden duidelijk te maken en de persoonlijkheid van Hitler zelf te verklaren, met factoren zoals inferioriteit, superioriteit, racisme en antisemitisme.

Luchthaven Tempelhof: Van Nazi-symbool tot Stadspark
De luchthaven Berlin-Tempelhof is een voormalige luchthaven in Berlijn. Johannisthal, een veld ongeveer 16 kilometer ten zuidoosten van Berlijn, werd vanaf 1909 gebruikt als vliegveld en wordt gezien als de plek waar de grote luchtvaart van Duitsland is ontstaan. Vanaf 1922 werd het grasveld klaargemaakt voor gebruik als vliegveld. Het vliegveld groeide uit tot een van de drukste ter wereld.
Voor de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij was vliegen politiek zeer belangrijk en essentieel voor de uitstraling van het land. Het nieuwe Tempelhof werd op 1 april 1939 geopend als onderdeel van het Generalbebauungsplan für die Reichshauptstadt uit 1938, oftewel de plannen voor de hoofdstad van Hitlers Derde Rijk. Albert Speer tekende voor dit plan, dat voor een groot deel geïnspireerd was op de architectonische visies van Hitler zelf. Berlijn, dat bij verwachte voltooiing van het plan in 1950 omgedoopt zou worden in ‘Germania’, moest het zinnebeeld van de nationaalsocialistische macht worden.
De bouw van het nieuwe vliegveld werd zeer snel uitgevoerd. In 1937 was de structuur al voltooid. De gebouwen aan landzijde werden opgetrokken uit gewapend beton, afgewerkt met stenen gevelelementen. Aan de luchtzijde was het centrale gedeelte dankzij een metalen constructie 40 meter overdekt, wat destijds zeer modern was in Duitsland. Dit maakte het mogelijk dat vliegtuigen droog konden staan dicht bij de terminal en de passagiers makkelijk hun toestel konden betreden of verlaten.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveld gebruikt door de Duitse luchtmacht. Een ondergrondse bunker werd gebruikt door de Wehrmacht als filmarchief. In april 1945 werd dit vernietigd door een brand, toen de Russische troepen de macht overnamen. Het verbazingwekkende van dit vliegveld is dat het werd ontworpen om dienst te doen tot het jaar 2000.
Van juni 1948 tot mei 1949, tijdens de blokkade van West-Berlijn door de Sovjet-Unie, heeft Tempelhof een vitale rol gespeeld als eindpunt van de Berlijnse luchtbrug. De luchtroutes boden de enige toegang tot dit gedeelte van Berlijn en zijn 2 miljoen inwoners. Gedurende 320 dagen voerden militaire vliegtuigen voedsel, medicijnen en alle andere belangrijke zaken aan. De vliegtuigen, met als bijnaam Rosinenbomber, landden op Tempelhof tijdens piekmomenten om de 26 seconden.
Dankzij deze gebeurtenis tijdens de Koude Oorlog verbeterde het imago van Tempelhof in de ogen van de Berlijnse bevolking. Het vliegveld droeg niet meer het stigma van het nazitijdperk maar werd een plaats met een positieve historische lading. Het ronde plein aan de voorkant van het vliegveld werd in 1951 omgedoopt in Platz der Luftbrücke. Een monument verrees om degenen te gedenken die tijdens de blokkade overleden.
Toch begonnen zich ook problemen voor te doen. De technische capaciteit van de installaties uit 1930, alsmede de lengte van de landingsbanen, bleek inadequaat te zijn. De bewoners dicht bij het vliegveld begonnen te klagen over vervuiling en de toename van het geluid, aangezien het verkeer toenam en de vliegtuigen groter werden. In 1975 opende Berlijn een nieuw internationaal vliegveld in het stadsdeel Tegel.
Sinds de val van de Berlijnse Muur in november 1989, zag Tempelhof een opleving van de activiteiten. Het vliegveld werd gebruikt voor kleine en middelgrote vluchten. De Berlijnse Senaat besloot echter de luchthaven per 31 oktober 2004 te sluiten. Uiteindelijk hebben de inwoners van Berlijn zich op 27 april 2008 in een referendum uitgesproken over de sluiting van de luchthaven Tempelhof. Hoewel de meerderheid tegen de sluiting stemde, was de opkomst te laag om het sluitingsbesluit terug te draaien. Als gevolg hiervan werd Tempelhof per 1 november 2008 definitief gesloten.
De luchthaven fungeert inmiddels als stadspark. Op 25 mei 2014 sprak 64% van de stemgerechtigden zich uit tegen de plannen om het voormalige luchthaventerrein te bebouwen.

Flakbunkers: Monumenten van Verdediging en Verwoesting
In 1940 gaf Hitler het bevel voor de bouw van zes Flakbunkers in Berlijn. Dit waren bunkers met luchtafweergeschut erop, met als doel de Berlijnse binnenstad tegen luchtaanvallen te verdedigen. Uiteindelijk werden slechts drie Flakbunkers gebouwd. Eén hiervan stond in het park Humboldthain. De gigantische bunker, met afmetingen van 70 bij 70 meter en een hoogte van ongeveer 42 meter, bood tegelijkertijd bescherming aan duizenden burgers tijdens de bombardementen.
Na de oorlog werd het gebouw, in het kader van de demilitarisering, door de geallieerden opgeblazen. De noordkant bleef daarbij bestaan omdat de nabij gelegen spoorlijnen niet mochten worden beschadigd. Tot 1950 werd ongeveer 1,4 miljoen kubieke meter oorlogspuin in het park Humboldthain verplaatst, waardoor er twee kunstmatige heuvels in het park ontstonden.
Sinds april 2004 bieden Berliner Unterwelten rondleidingen aan in het toegankelijk gemaakte gedeelte van de Flakbunker. Hier wacht een indrukwekkend ondergronds landschap, met een duizelingwekkend uitzicht in de afgronden van het gebouw. Gidsen bieden gedetailleerde informatie over de geschiedenis van het verdedigingswerk. Voor deze tour gelden bijzondere eisen aan schoeisel en warme kleding wordt aanbevolen, aangezien de binnentemperatuur maximaal 10°C is met een hoge luchtvochtigheid.
De verschillende vuurmonden van de flaktorens konden tot 8.000 kogels en granaten per minuut afschieten. Dit in een gezichtsveld van 360°, met een bereik tot 14 kilometer ver. De kanonnen waren echter veel minder effectief dan men aanvankelijk had gehoopt. Gemiddeld waren er immers 3.000 granaten nodig om één bommenwerper succesvol neer te halen. Het belangrijkste nut van deze torens lag daarom misschien nog wel in hun defensieve taak. De betonnen forten, met hun muren en plafonds tot 3,5 meter, leken onverwoestbaar voor het normale artilleriearsenaal van de geallieerden.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de torens een “geliefkoosde” plek waren voor de burgerbevolking om zich in terug te trekken bij de zoveelste geallieerde luchtaanval. Zo trokken, tijdens de laatste dagen van de slag om Berlijn, ongeveer 16.000 burgers zich terug in de Flaktoren van Humboldthain; zowat het laatste bolwerk tegen de Russen. De geur van lijken, ontlasting en bloed in de toren moet onhoudbaar geweest zijn.
De overgave van de manschappen en de latere vernietiging van de Flaktorens zorgde meteen ook voor het einde van het idee van de Nachkriegsbenutzung die Hitler ooit voor deze torens in petto had. Deze torens zouden namelijk na de oorlog exponenten worden van een megalomaan plan dat Hitler en zijn hofarchitect Albert Speer in gedachten hadden. Berlijn zou, nadat Duitsland als overwinnaar uit de oorlog was gekomen, herrijzen als Germania, een stad in neoklassieke stijl gekenmerkt door monumentale gebouwen. De Flaktorens zouden ontdaan worden van hun oorlogsfunctie en opnieuw aangekleed worden met rijk versierde stenen voorzien van nazisymbolen om aldus de herrijzenis van Duitsland te symboliseren.

Funkturm en Messegelände: Technologie en Propaganda
De Funkturm werd tussen 1924 en 1926 op een tentoonstellingsterrein bij de Messedamm in Berlijn gebouwd door Heinrich Straumer. Hier vonden in de jaren twintig en dertig enkele elektronica- en radiotentoonstellingen plaats onder de naam IFA. De Funkturm is een stalen constructie van 600 ton die enige gelijkenis vertoont met de Eiffeltoren in Parijs. De radiozendmast in Berlijn is honderdvijftig meter hoog.
In de donkere jaren dertig heeft de zendtoren nog geschiedenis gemaakt. Vanaf de toren werden op 22 maart 1935 voor het eerst ter wereld een televisieprogramma uitgezonden. Joseph Goebbels begreep als geen ander dat Adolf Hitler en de andere partijleiders radio en televisie prima konden gebruiken om hun politieke boodschap rechtstreeks in de Duitse woonkamers te bezorgen. In 1938 presenteerde Joseph Goebbels er de Volksontvanger VE 301.
Het Messegelände Berlin kreeg in 2011 de internationale naam Berlin ExpoCenter City. Op deze plaats was in de negentiende eeuw een exercitieplaats gevestigd. In 1914 bouwde men er een eerste hal voor een autotentoonstelling. Pas na de Eerste Wereldoorlog, in 1921, kon daadwerkelijk een autoshow georganiseerd worden. De eerste IFA tentoonstelling werd al in 1924 op het Messe-terrein in Berlijn georganiseerd. De IFA Berlin is tegenwoordig een uitgebreide elektronicabeurs.
In de loop der tijd is de toren voor verschillende radio- en televisiediensten gebruikt. In 1989 werden de laatste zendinrichtingen verwijderd. De Funkturm in Berlijn kan bezocht worden. In 1950 kreeg de toren een restaurant op een hoogte van 52 meter. De Funkturm kreeg op een hoogte van 125 meter ook een observatieplateau.

Berlijn: Een Stad van Monumenten en Herinneringen
De hereniging van Duitsland in 1990 zorgde voor een ongekende dynamiek in de oude Pruisische stad Berlijn. Jarenlang domineerden bouwkranen het centrum van de stad. In korte tijd werd een nieuw regeringscentrum uit de grond gestampt bij de oude Rijksdag, die weer als parlement in gebruik genomen werd. Belangrijke bedrijven en instellingen openden er een kantoor.
Berlijn staat bekend om zijn rijke geschiedenis en deze historische locaties vormen het kloppende hart van het verleden van de stad. Van de majestueuze Brandenburger Tor tot de aangrijpende restanten van de Berlijnse Muur, de meest iconische en betekenisvolle plekken zijn te vinden. De bewogen geschiedenis van Berlijn is voor velen de reden deze stad te bezoeken. Door die geschiedenis heeft Berlijn ook talloze monumenten en bezienswaardigheden.
Het zal geen verwondering wekken dat er daarvan veel een relatie hebben met de verschrikkingen van het nationaal-socialisme, de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende scheiding van de stad in een Oostelijk en een Westelijk deel. Monumenten en bezienswaardigheden heeft Berlijn in alle soorten en maten: van de 1.316 meter lange East-Side Gallery en de 88 meter hoge Siegessäule tot de 10x10 centimeter grote 'Stolpersteinen'. Met een gang langs de Berlijnse monumenten geeft de stad veel van haar veelbewogen geschiedenis prijs.
De Berlijnse Muur was 28 jaar lang hét symbool van de Koude Oorlog en van een Europa dat verdeeld was in een democratisch westen en een communistisch oosten. Toen de muur op 9 november 1989 viel, betekende dat het einde van de Koude Oorlog en het begin van een nieuw tijdperk in de wereldgeschiedenis.
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werd het gehavende Duitsland verdeeld tussen de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Sovjet-Unie. De zogenoemde Geallieerde Controleraad moest beslissen over de toekomst van Duitsland. Het hoofdkwartier van deze raad lag in Berlijn. Maar omdat Berlijn in het gebied van de Sovjet-Unie lag, moest ook de stad worden opgedeeld in vier zones. Het duurde echter niet lang voordat de samenwerking tussen de Sovjet-Unie en de andere geallieerden stukliep.
Van 24 juni 1948 tot 11 mei 1949 werden de voedseltransporten naar de 2,2 miljoen inwoners van West-Berlijn geblokkeerd door Sovjettroepen. De westerse landen lieten zich echter niet onder druk zetten en hervatten de voedselvoorzieningen via een luchtbrug. De Koude Oorlog was begonnen en de verhoudingen met de Sovjet-Unie bereikten een dieptepunt. Datzelfde jaar werden de drie geallieerde delen van Duitsland, inclusief Berlijn, samengevoegd tot de BRD (Bundesrepublik Deutschland), ook wel West-Duitsland genoemd. Het Sovjet-gedeelte werd de DDR (Deutsche Demokratische Republik), oftewel Oost-Duitsland.
In de jaren 1950 zorgden de slechte economie en een gebrek aan democratie ervoor dat veel Oost-Duitsers naar West-Duitsland vluchtten. Naar schatting waren er tussen 1949 en 1961, het jaar waarin de bouw van de Berlijnse Muur begon, ongeveer 3 miljoen Duitsers die van de DDR naar West-Duitsland emigreerden. Maar dat was voor Oost-Duitsland natuurlijk niet houdbaar, zeker niet omdat het vooral jongeren en hoogopgeleiden waren die vluchtten. En ze vertrokken eigenlijk altijd via Berlijn, omdat de rest van de grens tussen de twee landen streng bewaakt werd. Alleen in het verdeelde Berlijn konden mensen nog ongehinderd van oost naar west reizen. In juli 1961 vluchtten er al meer dan 30.000 mensen.
