De Vroege Geschiedenis van de Luchtvaart in Nederland en de Rol van Jan Olieslagers

De geschiedenis van de luchtvaart in Nederland kent zijn oorsprong in het begin van de 20e eeuw, een periode van grote innovatie en avontuur. De eerste officiële vlucht boven Nederlands grondgebied vond plaats op 27 juni 1909 in het Brabantse Etten-Leur. Aan het stuur van een Wright dubbeldekker zat de Frans-Russische graaf Charles de Lambert, met dank aan initiatiefnemer Sybrand Heerma van Voss, een Brabantse suikerfabrikant.

Deze gebeurtenis wekte al snel de interesse van andere Nederlandse steden. De Haagse theaterdirecteur M. de Hondt sloot een contract met de Fransman Louis Gaudart voor een reeks vluchten boven diverse steden. Ook Amsterdam toonde belangstelling. De geplande demonstratie op zaterdag 14 augustus 1909 op het buitenverblijf Oud-Roosenburgh in de Watergraafsmeer, dat destijds dienst deed als voetbalveld en circusterrein, werd echter afgelast. De vlieger achtte de ruimte onvoldoende voor een veilige start, en de daaropvolgende dagen boden evenmin geschikte omstandigheden. De eerste poging in Amsterdam mislukte.

In die dagen werd vliegen beschouwd als een sport, en kranten berichtten erover op de sportpagina's. De belangstelling voor de luchtvaart nam toe, en in 1910 werden er in vele steden vluchten georganiseerd door Nederlandse en buitenlandse 'aviateurs'.

Jan Olieslagers: De Antwerpse Duivel in de Nederlandse Lucht

Eén van de meest prominente figuren uit deze periode was de Belg Jan Olieslagers, bijgenaamd de 'Antwerpse Duivel'. Deze bijnaam had hij al verdiend als motorcoureur en werd veelvuldig gebruikt in de pers. Olieslagers was het die de Amsterdammers in 1910 kennis liet maken met de vliegerij. Hij had het vliegen geleerd van de bekende Franse constructeur en vlieger Louis Blériot, van wie hij een Blériot XI eendekker met 35 pk motor kocht. Met dit type toestel had Blériot zelf in juli 1909 de eerste vlucht over het Kanaal gemaakt.

Olieslagers maakte al snel indruk. Hij vloog tijdens de Antwerpse Vliegweek en was de eerste die boven de stad Oran in Algerije vloog. Op de luchtvaartshow in Reims vestigde hij meerdere wereldrecords, waaronder een record voor de langste vlucht. Na de vliegshow in Stockel, België, vertrok hij naar Nederland.

Schematische weergave van een Blériot XI eendekker

Amsterdam Maakt Kennis met de Vliegerij

Nadat hij zijn vaardigheden had getoond in Groningen, Utrecht en Zwolle, was Amsterdam aan de beurt. De uitgever van het weekblad De Prins der Geïllustreerde Bladen, N. J. Boon, contracteerde Olieslagers voor deelname aan een vliegweek in Amsterdam tussen 10 en 14 september 1910. Een vlucht boven een stad werd destijds graag aangekondigd als een 'vliegweek', waarbij rustig weer een cruciale factor was voor de mogelijkheid om te vliegen.

De voorbereidingen vonden plaats op een weiland achter het etablissement Halfweg 't Kalfje, aan de Amstel. Er werd een loods voor de Blériot XI gebouwd en een start- en landingsbaan van planken gelegd. Het terrein was gescheiden door een sloot: het deel tussen de tuin en de sloot was bestemd voor toeschouwers van de tweede rang (entree 50 cent), terwijl aan de overkant een tribune plaats bood aan de eerste rang (entree 1 gulden). Langs de Amsteldijk werd een vier meter hoge schutting opgetrokken om niet-betalende toeschouwers op afstand te houden. De kaartverkoop verliep via het kantoor van De Prins en op de dag van de eerste poging, zaterdag 10 september, ook op het vliegterrein.

Jan Olieslagers arriveerde rond twee uur 's middags op het vliegterrein, vergezeld van het organisatiecomité. De sierlijke eendekker stond gereed in de loods. Echter, de wind maakte vliegen onmogelijk. Burgemeester Herman van Son van Nieuwer-Amstel probeerde Olieslagers over te halen om toch te starten, maar de vlieger stelde vast dat vliegen niet mogelijk was, ondanks de opmerking van de burgemeester dat er geen blaadje bewoog. Olieslagers antwoordde dat hij dan op eigen risico zou vliegen, maar na publieke oproepen om niet te vliegen, zette hij de machine terug in de loods. De vlucht ging die zaterdag niet door.

Ook op zondag kon er niet gevlogen worden, ditmaal vanwege te zware benzine. Het publiek nam de situatie echter luchtig op en keerde huiswaarts, met behoud van hun kaartjes. Pas op maandag 12 september, de derde dag, kon Jan Olieslagers een eerste vlucht maken tussen half vier en vier uur. Door rukwinden was het een korte en gevaarlijke onderneming van slechts zeven minuten, en het toestel bleef verder aan de grond. Amsterdam werd die dag niet bereikt.

Op woensdag 14 september 1910 vond echter de eerste succesvolle vlucht boven Amsterdam plaats. Even na half elf steeg Olieslagers op en bereikte een hoogte van 400 meter. Hij vloog over een deel van de stad, draaide naar het Paleis van Volksvlijt en keerde terug. De dertien minuten durende vlucht baarde veel opzien. Een tweede vlucht van 24,5 minuut werd om vier uur 's middags gemaakt, waarbij hij zes ronden vloog op een hoogte van 200 meter en de Dam bereikte via de Singel, de Spiegelstraat en het Rijksmuseum. Op de daken van de huizen zag het zwart van de zwaaiende mensen. Na aankomst werden hij en uitgever Boon gehuldigd. De vluchten waren een groot succes en betekenden de eerste luchtvaartdemonstraties boven de stad.

Historisch Genootschap opent tentoonstelling en archiefruimte

Verdere Ontwikkelingen en de ELTA Tentoonstelling

Na zijn succes in Amsterdam vertrok Jan Olieslagers naar Leeuwarden en Rotterdam voor verdere demonstraties. In 1911 werd de aankomst van het eerste luchtschip, de Parseval PL 6, in Amsterdam gesponsord door dagblad De Echo. De eerste poging om van Berlijn naar Amsterdam te vliegen moest worden gestaakt, maar op 1 mei 1911 arriveerde de kleinere Parseval PL 5 op Oud-Roosenburgh. Na enkele korte vluchten maakte het luchtschip op 4 mei een langere vlucht met betalende passagiers, de eerste in zijn soort boven Amsterdam.

De komst van het luchtschip verstoorde enigszins de vliegweek die van 29 april tot 7 mei 1911 werd georganiseerd door kwekerij Rozenoord buiten Amsterdam. Zij hadden Franse piloten George Legagneux en Marcel Hanriot, evenals de Nederlandse piloot Frits Koolhoven, aangetrokken.

Een nieuwe impuls voor de luchtvaart kwam met de ENTOS (Eerste Nederlandsche Tentoonstelling Op Scheepvaartgebied) van juni tot oktober 1913. De tentoonstelling in Amsterdam-Noord trok diverse aviateurs aan. Op 10 juli arriveerden de Fransen Julien Levasseur en Jean Rougerie met een Nieuport VI-G watervliegtuig, na een lange route rond de Noordzee. Levasseur maakte op 13 juli een indrukwekkende demonstratievlucht vanaf het IJ, waarbij hij over de stad vloog en landde op het water.

Ook Jan Olieslagers keerde terug voor de ENTOS. Op 7 september 1913 startte hij met zijn Blériot XI vanaf het tentoonstellingsterrein en bereikte een hoogte van 1590 meter. Hij gaf meerdere demonstratievluchten en vestigde op 21 september het officiële hoogterecord in Nederland op 2500 meter. Op 28 september vloog hij nog een laatste keer tijdens de ENTOS, op lage hoogte om het publiek de demonstratie van dichtbij te laten zien.

De Duitse ingenieur Heinrich Dahm arriveerde op 22 september met een Friedrichshafen F.F.9 watervliegtuig, na een vlucht vanuit Keulen. Eind 1913 bracht de Franse aviateur Pierre Chanteloup een nieuwe sensatie naar Amsterdam: de eerste looping boven de stad. Vanaf Oud-Roosenburgh voerde hij op 29 november spectaculaire manoeuvres uit, waaronder een drievoudige looping.

Jan Olieslagers keerde in 1914 nog eenmaal terug naar Amsterdam voor demonstratievluchten, ditmaal op een veld achter Rozenoord. Hoewel de publieke belangstelling was gedaald, gaf hij een prachtige demonstratie, inclusief de 'looping the loop'. Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest Olieslagers Nederland verlaten om in militaire dienst te gaan. Vanaf augustus 1914 waren alle particuliere vluchten in Nederland verboden.

Foto van een luchtschip uit het begin van de 20e eeuw

De ELTA en de Oprichting van de KLM

Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd er in het neutrale Nederland alleen met militaire toestellen gevlogen. Na de oorlog ontstond de behoefte om Nederland weer vertrouwd te maken met de luchtvaart. Militair vlieger Albert Plesman nam het initiatief voor de ELTA (Eerste Luchtverkeer-Tentoonstelling Amsterdam), een van de belangrijkste luchtvaarttentoonstellingen ter wereld. Tussen 1 augustus en 14 september 1919 kwamen 800.000 bezoekers naar Amsterdam-Noord om meer dan 100 toestellen en piloten te bekijken. Pierre Chanteloup was ook aanwezig en voerde demonstratie- en pleziervluchten uit.

De ELTA, die oorspronkelijk in Den Haag gepland was, vond uiteindelijk plaats in Amsterdam. Dit evenement hielp de stad zich te profileren als locatie voor de nationale luchthaven. Tijdens de zes weken durende tentoonstelling werden rondvluchten 'gewoon' en zag men dagelijks vliegtuigen overvliegen. De stad was klaar voor de volgende stap.

Op 7 oktober 1919, kort na de ELTA, richtte Albert Plesman met anderen de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij (KLM) op. Met instemming van de regering koos de KLM het militaire vliegveld Schiphol als basis. Op 17 mei 1920 vertrok vanaf Schiphol het eerste lijndienstvliegtuig naar Londen, wat het begin markeerde van een nieuw tijdperk in de luchtvaart.

Jan Olieslagers: Een Leven Gewijd aan de Luchtvaart

Jan Olieslagers (Antwerpen, 14 mei 1883 - Berchem, 23 maart 1942) was een Belgische pionier in de luchtvaart. Voordat hij de lucht inging, was hij een succesvol motor- en wielrenner. Hij verloor zijn vader op elfjarige leeftijd en begon al jong te werken. In zijn vrije tijd leerde hij fietsen en later motoren kennen. Zijn talent voor snelheid en mechanica leidde tot een carrière als motorcoureur, waarin hij de bijnaam "den Antwerpschen Duivel" verwierf. Hij won races, vestigde snelheidsrecords en stond bekend om zijn gedurfde rijstijl.

Tijdens een schietoefening in 1907 werd hij geraakt door een verdwaalde kogel, die niet verwijderd kon worden. Desondanks zette hij zijn racecarrière voort en vestigde nieuwe records. In Levallois-Perret kwam hij in contact met Louis Blériot, wat zijn leven een nieuwe wending gaf. Hij legde zijn motorcarrière neer en begon met vliegen. Na zijn eerste vlucht onder toeziend oog van Blériot, en ondanks enkele crashes, nam hij deel aan vliegshows en behaalde zijn vliegbrevet.

Hij vloog als eerste boven Algerije en nam deel aan tal van vliegshows in Spanje, Frankrijk, Italië en België, waar hij wereldrecords vestigde. Na zijn successen in Nederland, waaronder het verbeteren van duurrecords in Groningen en Zwolle, maakte hij ook kennis met de looping, geïnspireerd door de demonstraties van Adolphe Pégoud.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog boden Olieslagers en zijn broers hun vliegtuigen, materiaal en personeel aan bij de militaire overheid. Jan Olieslagers diende als sergeant en behaalde als eerste onderofficier het Ridderkruis in de Orde van Leopold II. Hij behaalde meerdere officiële overwinningen in de lucht. Na de oorlog zette hij zich in voor de ontwikkeling van de luchtvaart in Antwerpen en was hij mede-initiatiefnemer van de internationale luchthaven in Deurne, die later werd vernoemd naar hem.

In 1927 stichtte hij de Antwerp Aviation Club (AAC) en werd hij de eerste voorzitter. Zijn laatste wapenfeit was de oprichting van de luchtvaartveteranen-vereniging "Vieille Tiges" in 1937. In 1953 werd een standbeeld van Jan Olieslagers opgericht nabij de luchthaven van Deurne, en straten in Deurne en Vilvoorde dragen zijn naam.

tags: #jan #en #olca #vliegveld