Paleis Huis ten Bosch, gelegen in het Haagse Bos, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de zeventiende eeuw. Het paleis dient sinds 1981 als woonverblijf voor koningin Beatrix en haar gezin, en wordt tegenwoordig ook gebruikt door haar zoon en opvolger, koning Willem-Alexander.

Ontstaan als Zomerverblijf
Het paleis werd oorspronkelijk ontworpen door architect Pieter Post (1608-1669) als zomerverblijf voor stadhouder Frederik Hendrik en zijn echtgenote Amalia van Solms. Beide opdrachtgevers hechtten groot belang aan vorstelijke allure en uiterlijk vertoon, waarmee zij de verworven status van de Nederlandse Republiek op het Europese toneel wilden onderstrepen. Voordat Huis ten Bosch werd gebouwd, hadden Frederik Hendrik en Amalia al twee andere paleizen laten realiseren: Huis Honselaarsdijk en Huis ter Nieuburch, die echter niet meer bestaan.
In tegenstelling tot de eerdere paleizen, die een Franse uitstraling hadden, werd bij de bouw van Huis ten Bosch inspiratie geput uit de Italiaanse classicistische bouwkunst, met name uit villa's in de regio Veneto van architect Andrea Palladio. Kenmerkend voor deze stijl was de nadruk op symmetrie. De plattegrond van Huis ten Bosch werd gevormd door een Grieks kruis, met een centrale middenzaal van drie bouwlagen hoog, bekroond met een koepel. Twee zijvleugels van twee verdiepingen en paviljoens op de vier hoeken completeerden het ontwerp.
De Oranjezaal: Een Monument ter Nagedachtenis
Nog voordat het paleis voltooid was, overleed stadhouder Frederik Hendrik. Amalia van Solms besloot daarop de ontvangsthal, oorspronkelijk bedoeld als schilderijengalerij met portretten van Europese vorsten, om te bouwen tot een rijk gedecoreerd eerbetoon aan haar echtgenoot. Het paleis transformeerde zo van een zomerverblijf tot een soort rouwtempel.
Tussen 1648 en 1652 werkten twaalf kunstenaars, onder leiding van architect-schilder Jacob van Campen, aan tientallen doeken, panelen en gewelfschilderingen voor de zogeheten Oranjezaal (Sael van Oranje). Het hoogtepunt hiervan is een allegorisch muurschilderij van Jacob Jordaens, met afmetingen van 7,5 bij 7,5 meter. De Oranjezaal bevat tevens werken van kunstenaars als Theodoor van Thulden, Caesar van Everdingen, Salomon de Bray, Thomas Willeboirts Bosschaert, Jan Lievens, Adriaen Hanneman en Gerard van Honthorst.

Eigendomsgeschiedenis en Uitbreidingen
Na het overlijden van Amalia van Solms in 1675 kwam Huis ten Bosch in handen van haar dochters. Vervolgens werd het paleis eigendom van koning-stadhouder Willem III, die het enige tijd als zomerresidentie gebruikte. Later kwam het in bezit van koning Frederik Willem I van Pruisen, een nazaat van stadhouder Frederik Hendrik, die het in 1732 teruggaf aan de Oranjes. In opdracht van stadhouder Willem IV werd Huis ten Bosch in 1734 uitgebreid met twee vleugels, de Haagse vleugel en de Wassenaarse vleugel, naar een ontwerp van architect Daniël Marot. Marot vergrootte tevens het voorhuis en voorzag het van een verdieping.
Gebruik door de Eeuwen Heen
Gedurende de Franse overheersing werd Huis ten Bosch tijdelijk gebruikt als een soort luxe gevangenis voor personen die als potentieel gevaarlijk voor het regime werden beschouwd. Daarna diende het, na tot openbaar bezit te zijn verklaard, kortstondig als museum. Ook Rutger Jan Schimmelpenninck, raadpensionaris van het Bataafs Gemenebest, gebruikte het paleis als buitenverblijf, wat tot ergernis leidde bij Hagenaars die zijn gedrag als te monarchaal ervoeren.
Vanaf 1806 woonde Lodewijk Napoleon, koning van Holland, in het paleis. Een jaar later stelde hij het tijdelijk open als noodopvang voor slachtoffers van de Leidse buskruitramp. Na de Napoleontische oorlogen keerde het paleis terug in handen van de Oranjes en werd het weer een buitenverblijf voor de koninklijke familie. Koning Willem I maakte er regelmatig gebruik van, en vanaf 1855 werd het de residentie van koningin Sophie.

Residentie van Koningin Beatrix en Koning Willem-Alexander
In 1981 betrok koningin Beatrix, na haar inhuldiging een jaar eerder, met haar gezin Paleis Huis ten Bosch, waarmee zij de eerste permanente bewoonster werd. Zij verhuisde van Kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche naar Den Haag. Beatrix en prins Claus betrokken de Wassenaarse vleugel, die modern werd ingericht, terwijl de Haagse vleugel de huishoudelijke onderdelen huisvestte. Het hoofdgebouw behield een belangrijke representatieve functie, waar onder andere buitenlandse gasten werden ontvangen en nieuwe kabinetten op het bordes werden gepresenteerd.
Na haar abdicatie in 2013 bleef prinses Beatrix nog een jaar in Huis ten Bosch wonen, waarna ze terugkeerde naar Kasteel Drakensteyn. Kort daarna werd bekend dat koning Willem-Alexander met zijn gezin van villa Eikenhorst in Wassenaar naar Paleis Huis ten Bosch wilde verhuizen. Hiervoor onderging het paleis een grondige restauratie van ongeveer vier jaar, met kosten van ruim 60 miljoen euro.
Eigendom en Restauraties
Paleis Huis ten Bosch is, net als Paleis op de Dam en Paleis Noordeinde, eigendom van de Staat der Nederlanden en wordt bij wet ter beschikking gesteld aan de Koning. Het paleis heeft een vloeroppervlak van 8785 m² en ligt op een terrein van zestien hectare. Het Rijk is verantwoordelijk voor het onderhoud, de stoffering en de inrichting.
Het paleis heeft door de eeuwen heen diverse restauraties ondergaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het paleis zwaar beschadigd en dreigde het zelfs te worden afgebroken door de Duitsers om plaats te maken voor een tankgracht. Gelukkig ging dit plan niet door, maar het paleis werd wel beschadigd en leeggeroofd. Na de oorlog werd het paleis gerestaureerd en geschikt gemaakt voor bewoning. In de jaren vijftig en opnieuw in de late jaren zeventig vonden restauraties plaats, waarbij de strijd tegen zwammen en boktorren veel aandacht vroeg. In de jaren negentig werd de Oranjezaal zorgvuldig gerestaureerd. De meest recente grootschalige restauratie vond plaats tussen 2016 en 2019.

Huidige Functie en Toegankelijkheid
Paleis Huis ten Bosch fungeert momenteel primair als woonpaleis voor de Koning en zijn gezin. Daarnaast heeft het paleis een belangrijke representatieve functie, waar onder andere audiënties en ontvangsten plaatsvinden. De representatieve ruimtes, met de Oranjezaal als middelpunt, bevinden zich in het hoofdgebouw. Het gezin van de Koning woont in de Wassenaarse vleugel.
Hoewel Paleis Huis ten Bosch niet toegankelijk is voor publiek, kan het paleis wel worden gezien vanaf de Bezuidenhoutseweg of tijdens een wandeling of fietstocht door het Haagse Bos.