Introductie tot Luchthaven Schiphol
Luchthaven Schiphol, met IATA-code AMS en ICAO-code EHAM, is de grootste luchthaven van Nederland en een cruciaal knooppunt in het Europese luchtverkeer. De luchthaven is gelegen in de gemeente Haarlemmermeer, in het zuiden van de provincie Noord-Holland, en bevindt zich op ongeveer 15 kilometer ten zuidwesten van Amsterdam. De luchthaven is eigendom van de Koninklijke Schiphol Group, waarvan de Nederlandse Staat en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam de belangrijkste aandeelhouders zijn. Schiphol dient als thuisbasis voor diverse Nederlandse luchtvaartmaatschappijen, waaronder KLM, Martinair, Corendon, TUI en Transavia. Daarnaast fungeert het als Europese hub voor Delta Air Lines en als basis voor easyJet en Vueling.
Een bijzonder kenmerk van Schiphol is dat het, als een van de weinige grote internationale luchthavens ter wereld, lager gelegen is dan het zeespiegelniveau. Het laagste punt van de luchthaven bevindt zich op 3,4 meter onder zeeniveau, wat neerkomt op 1,4 meter onder het Nederlandse Normaal Amsterdams Peil (NAP). Dit feit benadrukt de unieke geografische ligging van de luchthaven.

Historische Wortels van Schiphol
De oorsprong van Schiphol reikt terug tot een kaart uit circa 1840, waarop het gebied, zonder de Zwanenburg- en Polderbaan, al was geprojecteerd. Ten oosten van de huidige luchthaven markeert een vierkantje in de Ringvaart het voormalige Fort aan het Schiphol, waar zich nu de Schipholdraaibrug bevindt. Het oorspronkelijke gebied 't Schiphol omvatte de Kleine Poel, het Zwarte Pad, het Oeverlandenreservaat en het poldertje van Sloothaak met stadskwekerij. Waterstaatkundig behoorde dit gebied tot de Buitendijkse Buitenvelderse polder. Na de noordelijke grenssloot en het voormalige fort, draagt de nationale luchthaven nu de naam van dit kleine gebied aan de noordoostelijke grens van Aalsmeer.
De drooglegging van het Haarlemmermeer begon in 1848, en in 1852 viel de polder droog. Ter verdediging werd in de noordoostelijke hoek van de nieuwe polder het Fort aan het Schiphol gebouwd. De geschiedenis van de luchtvaart op deze locatie begon in april 1916, toen de minister van Oorlog, Nicolaas Bosboom, goedkeuring verleende voor de aankoop van grond nabij het Fort Schiphol voor de aanleg van een militair vliegveld, vliegkamp Schiphol. In augustus van datzelfde jaar was een terrein van 16,5 hectare gereedgemaakt voor gebruik als vliegveld, met de plaatsing van vier houten loodsen. Op 19 september 1916 landden drie vliegtuigen van de Luchtvaartafdeeling der Koninklijke Landmacht op Schiphol, waarmee het vliegterrein officieel in gebruik werd genomen.

Van Militair Vliegveld naar Burgerluchtvaart
Al snel bleek het militaire vliegveld te klein. Gedurende de Eerste Wereldoorlog werden aanliggende percelen gevorderd. Na afloop van de oorlog begon men met het vervoer van post, vracht en zelfs passagiers met afgedankte en aangepaste oorlogsvliegtuigen. Nederland sloot zich hierbij aan, en mede door de inspanningen van luitenant-vlieger Albert Plesman werd in oktober 1919 de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën N.V. (later KLM) opgericht. Op 17 mei 1920 opende de KLM haar eerste lijndienst: de luchtlijn Amsterdam - Londen, waarbij Schiphol dienstdeed als landingsplaats voor Amsterdam.
In 1921 werd de passagiersaccommodatie op Schiphol verbeterd met de beschikbaarheid van een volledige loods. Het aantal lijndiensten nam toe en er kwamen grotere en zwaardere vliegtuigen. Als militair vliegveld verloor Schiphol aan betekenis, maar voor de burgerluchtvaart werd het steeds belangrijker. Op 1 april 1926 werd Schiphol aangekocht door de gemeente Amsterdam, die direct investeerde in de verbetering van de drainage van het veld en de toegangswegen.
Het stationsgebouw, geopend in 1928 ter gelegenheid van de Olympische Spelen in Amsterdam, werd in mei 1940 verwoest door een bombardement. In 1935 werd het landingsterrein vergroot tot driemaal de bestaande oppervlakte, met de verwerking van 200 kilometer drainagebuizen in het toen 180 hectare grote terrein. Na enkele noodlandingen en ongevallen nabij Schiphol werden in 1938-40 twee noodlandingsterreinen aangelegd in het in aanleg zijnde Amsterdamse Bos.

Schiphol Tijdens en Na de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de meidagen van 1940 werd Schiphol door de Duitse Luftwaffe gebombardeerd. Voor het direct werkloze personeel werden voortgezette opleidingen gestart, deels in Den Haag, met als doel het personeel bij elkaar te houden en na de oorlog direct inzetbaar te zijn. Dit initiatief werd stopgezet in 1941 toen duidelijk werd dat de oorlog langer zou duren. Duitse troepen bezetten de luchthaven en breidden het startbanenpatroon uit. Het vliegveld werd omgevormd tot Fliegerhorst, oftewel hoofdvliegveld, en kreeg als Leithorst de leiding over de militaire luchtvaart in de noordelijke Nederlanden.
Schiphol kreeg drie schijnvliegvelden ter misleiding van geallieerde aanvallers, gesitueerd in Bennebroek, Vijfhuizen en Vogelenzang. De uitbreidingen van het vliegveld werden door diverse grote Nederlandse aannemers uitgevoerd. Het vliegveld werd gebruikt door jagers, verkenners, bommenwerpers en incidenteel nachtjagers. De FlaK (luchtafweergeschut) werd al eind mei 1940 gestationeerd, met aanzienlijke aantallen rondom het vliegveld. In 1941 legden de Duitsers ook een zijspoorlijn aan naar het vliegveld vanaf de Spoorlijn Aalsmeer - Haarlem.
Op 14 mei 1941 arresteerden de Duitsers op Schiphol een groep mensen die een navigatie-examen aflegden, waaronder Albert Plesman. De meesten werden op 27 mei weer vrijgelaten. Gedurende de oorlog werd Schiphol verscheidene malen gebombardeerd door de geallieerden. Bij hun terugtrekking uit Nederland in mei 1945 lieten zij een onbruikbaar vliegveld achter. Van 2 tot 7 mei 1945 werd het vliegveld gebruikt als afwerpplaats voor voedsel tijdens Operatie Chowhound. Dankzij herstelwerkzaamheden kon op 8 juli 1945 al een Douglas DC-3 op Schiphol landen, en enkele maanden later functioneerde de luchthaven weer grotendeels.

Wederopbouw en Groei
In de wederopbouwperiode nam de activiteit op Schiphol zo snel toe dat ruimtegebrek ontstond. Terwijl Schiphol weer volop functioneerde, werd er achter de schermen gestreden over de toekomst van de luchthaven. Rotterdam wenste een eigen luchthaven, en Plesman presenteerde een plan voor een centrale luchthaven voor West-Nederland in het zuiden van de Haarlemmermeerpolder bij Burgerveen, wat op fel verzet van Amsterdam stuitte. In 1949 besloot de regering dat Schiphol de belangrijkste luchthaven van Nederland zou blijven, waarmee de toekomst ervan verzekerd was.
In datzelfde jaar werd het tangentiële systeem door de gemeenteraad van Amsterdam goedgekeurd, wat de basis vormde voor het stedenbouwkundig plan voor Schiphol dat tien jaar later door de minister van Verkeer en Waterstaat werd goedgekeurd. In 1961 werd aan de directie van Schiphol het nieuwe ontwerp gepresenteerd door Ontwerpbureau Stationsgebouw Schiphol, met deelname van Marius Duintjer, Architecten en ingenieursbureau F.C. de Weger en de NACO (Nederlands ontwerpbureau voor Luchthavens).
De bouw van het stationsgebouw begon in 1963 en werd in 1967 feestelijk geopend. Dit gebouw bevond zich ten westen van de oude luchthaven, die Schiphol-Oost ging heten, en had oorspronkelijk drie pieren, genummerd met de wijzers van de klok mee. Het stationsgebouw vormde het latere Schiphol-Centrum. Vrijwel alle passagiersvluchten maakten gebruik van een vliegtuigslurf, destijds een nieuwigheid.
New Building To Enlarge Schiphol Airport (1966)
Moderne Ontwikkelingen en Toekomstplannen
De bouw van het "Nieuwe Schiphol" viel samen met de overgang naar straalvliegtuigen, die meer lawaai produceerden. Tegelijkertijd bouwde Amsterdam de wijk Buitenveldert. Hoewel de directie van Schiphol de geluidshinder beperkt achtte, waarschuwde de door de regering ingestelde commissie-Kosten voor grote problemen, met name in Amsterdam, Amstelveen, de Haarlemmermeer en Zwanenburg. Premier De Jong opperde een vijfde baan om de Zwanenburgbaan te ontlasten.
Rond 1977 was er een duidelijke groei op Schiphol-Centrum zichtbaar. Ten zuiden van het stationsgebouw bevonden zich de eerste kantoren en vrachtgebouwen. Het stationsgebouw was in 1975 verdubbeld, wat de capaciteit aanzienlijk verhoogde. Aan de noordkant van het stationsgebouw werd een vierde pier, de D-pier, speciaal voor Jumbojets gebouwd. De volgorde van de overige pieren werd hierbij aangepast van A tot D tegen de klok in.
Gedurende de volgende twee decennia groeide Schiphol verder. Bij de bouw van extra pieren werd de volgorde van de letters opnieuw gewijzigd: A werd C, B werd D, C werd E, en D werd F. Op 21 december 1978 werd het NS-station Schiphol geopend voor treinverkeer naar Amsterdam-Zuid, en vanaf 31 mei 1981 reden de treinen via de Schiphollijn ook naar Leiden.
In 1989 presenteerde de luchthaven het Masterplan Schiphol 2003, met als doel Schiphol te positioneren als mainport voor Europa en het aantal vliegbewegingen drastisch te verhogen. Een mainport vervult enerzijds een regionale centrumfunctie en anderzijds de toegangspoort voor een groter achterland. Rondom een mainport ontwikkelt zich vaak een regio met sterke economische activiteit. Echter, de bijdrage van veel passagiers aan de Nederlandse economie is beperkt door overstappen, terwijl de kosten voor subsidies en belastingvoordelen hoog zijn, met een relatief beperkte bijdrage aan de werkgelegenheid. De schade aan de gezondheid van omwonenden door geluidshinder, fijnstof en CO2 is aanzienlijk. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur stelt dat de bijdrage aan de economie van Schiphol en de haven van Rotterdam wordt overschat.
Architectenbureau Benthem Crouwel werd in 1988 aangesteld als hoofdarchitect voor de grootschalige uitbreiding van Schiphol. Dit resulteerde in de jaren negentig in een nieuwe verdubbeling van het stationsgebouw met de aanbouw van Terminal 3. Het loungegebied in Terminal 2 werd uitgebreid, en een uitgebreid treinstation werd aangelegd midden onder Schiphol, met een uitbreiding van 3 naar 6 sporen en een nieuwe spoortunnel. Deze tunnel werd in 2000 voltooid. Op Schiphol-Centrum werden kantoren en hotels gehuisvest, wat leidde tot een intensivering van het grondgebruik tussen de terminals en het Aviodome-museum. Het museum verhuisde in 2003 naar Luchthaven Lelystad en ging verder als Aviodrome.
Een nieuwe verkeerstoren was noodzakelijk omdat de verkeersleiders het zicht op een deel van de taxiënde vliegtuigen verloren door de nieuwe stationsgebouwen. In 1991 was de nieuwe toren, met een hoogte van 101 meter, de hoogste ter wereld. De basis van de toren ligt op 5 meter onder NAP.
Op 1 november 2005 werd de H-pier geopend voor low-budgetmaatschappijen, ondanks verzet van onder andere Milieudefensie. Deze pier heeft beperkte voorzieningen om de kosten te drukken. Met de opening van deze pier, een overblijfsel van het Schiphol-masterplan uit 2000, werd de D-pier ontlast. Maatschappijen als easyJet, Jet2.com en Flybe maken gebruik van de H-pier.
Schiphol ambieert een capaciteit van 70-80 miljoen passagiers en 600.000 tot 650.000 vluchten per jaar. Om de concurrentie met Frankfurt en Londen Heathrow aan te gaan, werd een zevende baan, parallel aan de Kaagbaan, noodzakelijk geacht. Dit plan, inclusief een nieuwe terminal aan de noordwestzijde van Schiphol Centrum, werd in 2009 terzijde geschoven. In plaats daarvan begon in 2010 de realisatie van een nieuw Masterplan 2020-2025, met uitbreiding van pieren ten zuiden van de huidige B-pier en de aanleg van een nieuwe vertrek- en aankomsthal. De nieuwe terminal, ontworpen door KAAN Architecten, kende vertragingen in de bouw.
Al decennia wordt de mogelijkheid onderzocht om de luchthaven Schiphol te verplaatsen naar een locatie voor de kust in de Noordzee. In april 2017 werd een tijdelijke vertrekhal geopend (Vertrek 1A).
In mei 2022 en later ontstonden er grote drukteproblemen op Schiphol, voornamelijk door personeelstekorten bij beveiligings- en bagageafhandelingsmedewerkers, wat leidde tot duizenden gestrande koffers en lange wachttijden bij de veiligheidscontrole.
Het Eén-Terminal Concept
Schiphol hanteert een één-terminal-concept, waarbij alle faciliteiten onder één dak zijn geplaatst en verdeeld zijn over drie vertrek- en aankomsthallen (1, 2 en 3). Inchecken voor de meeste niet-Schengenvluchten gebeurt in vertrekhal 3, terwijl KLM- en SkyTeamvluchten voornamelijk in hal 2 worden ingecheckt en Transavia-vluchten in hal 1. Voor sommige lagekostenluchtvaartmaatschappijen, die vanaf pieren H en M vertrekken, kan het inchecken achterin hal 3 plaatsvinden.
Alle vertrekhallen zijn verbonden met de pieren, en het is mogelijk om van de ene pier naar de andere te lopen, zelfs als deze met een andere vertrekhal verbonden zijn. Pier M vormt hierop een uitzondering.
Amsterdam Airport Schiphol, officieel bekend als Luchthaven Schiphol, is een van de grootste hubs voor de SkyTeam-alliantie. In 2019 verwerkte de luchthaven bijna 72 miljoen passagiers, waarmee het de derde drukste luchthaven van Europa was qua passagiersvolume en de drukste qua vliegtuigbewegingen. Met een jaarlijkse vracht tonnage van 1,74 miljoen ton staat het op de 4e plaats in Europa.
Schiphol opende op 16 september 1916 als militaire luchtmachtbasis. Na de Eerste Wereldoorlog begon het burgergebruik, en verloor de luchthaven zijn militaire rol volledig. In 1940 had Schiphol vier asfalt startbanen onder een hoek van 45 graden. De luchthaven werd datzelfde jaar door het Duitse leger veroverd en omgedoopt tot Fliegerhorst Schiphol. Na de oorlog werd het vliegveld herbouwd en in 1949 besloten dat Schiphol de primaire luchthaven van Nederland zou worden.
De luchthaven is gebouwd als één grote terminal (een single-terminal concept), verdeeld in drie vertrekhal-secties, die aan de luchtzijde weer met elkaar verbonden zijn. Vanwege intensief verkeer en hoge landingskosten hebben sommige prijsvechters hun vluchten verplaatst naar kleinere luchthavens, maar veel low-cost carriers, zoals EasyJet en Ryanair, opereren nog steeds op Schiphol, gebruikmakend van de H-pier.
De naam 'Schiphol' is afgeleid van een moerassig gebied waar schepen (schip) uit het water (hol) werden gehaald. Voor de kust van de Noordzee wordt al decennia gesproken over de mogelijkheid om de luchthaven te verplaatsen.
De luchthaven heeft ongeveer 223 instapplaatsen, waaronder achttien dubbele jetway-gates voor widebody-vliegtuigen. Schiphol heeft uitgebreide winkelgebieden, voornamelijk op de begane grond, die zowel inkomsten genereren als een attractie vormen voor passagiers. Schiphol Plaza verbindt de drie terminalhallen en herbergt ook de stationshal van de luchthaven.
Vertrekhal 1 omvat de B- en C-pieren, beide Schengen-gebieden en delen de D-pier met Vertrekhal 2. Pier D is de grootste pier en heeft twee niveaus. De lagere verdieping is voor niet-Schengenvluchten en de bovenste verdieping voor Schengenvluchten. Pier E is een exclusief niet-Schengengebied met veertien gates.
Vertrekhal 3 bestaat uit de F-, G- en H/M-pieren. Pier F heeft acht gates en wordt voornamelijk gebruikt door SkyTeam-leden. Pier G heeft dertien gates. Piers H en M vormen één concourse met zeven gedeelde gates en zijn de thuisbasis van low-cost luchtvaartmaatschappijen.
Gates G9, E18 en E24 zijn uitgerust om de dagelijkse Airbus A380-dienst van Emirates te faciliteren.
In 2011 werd aan de oostzijde van de luchthaven een nieuwe terminal voor algemene luchtvaart geopend, geëxploiteerd als het KLM Jet Center. In 2010 opende de Schiphol Airport Library, met een collectie van 1.200 boeken van Nederlandse auteurs. Voor luchtvaartenthousiastelingen is er een groot dakterras, het Panorama Terras.
Een nieuw state-of-the-art Hilton Amsterdam Airport Schiphol met 433 kamers is ook aanwezig. In 2024 introduceerde Schiphol een vloot van 52 elektrische shuttlebussen ter verbetering van het passagiersvervoer.
In 2012 kondigde Schiphol Group een uitbreiding aan met een nieuwe pier, Pier A, die deel zal uitmaken van Vertrekhal 1. De bouw van deze pier is echter vertraagd.
Schiphol zal verder uitbreiden met een vierde terminalhal om de groei in passagiers aan te kunnen. Het vliegveld heeft het aantal uniforme platformen uitgebreid.
Het trein- en busstation van Schiphol wordt getransformeerd, met een geplande opening van het vernieuwde busstation in 2025. Een verbinding met het metronetwerk van Amsterdam is al sinds de jaren '90 een discussiepunt.
De groei van Schiphol wordt gehinderd door slotrestricties van de overheid, die het aantal vliegtuigbewegingen beperken tot 500.000 per jaar tot eind 2020. Een voorstel om dit limiet te verhogen naar 540.000 vanaf 2021 is uitgesteld.
De verkeerstoren van Schiphol, met een hoogte van 101 meter, was bij de constructie in 1991 de hoogste ter wereld. Geografisch gezien is Schiphol een van de laagst gelegen grote commerciële luchthavens ter wereld, volledig onder zeeniveau.
De nieuwste startbaan, geopend in 2003, is de Polderbaan, gelegen om de geluidsoverlast voor de omgeving te verminderen. Deze baan is ontworpen voor uitsluitend noordwaartse starts en zuidwaartse landingen.
