Ontstaan en Vroege Jaren
De oorsprong van Vliegveld Eindhoven, dat destijds bekend stond als Welschap Airport, ligt in de jaren '20. Het concept van een luchthaven in Eindhoven ontstond in die periode, maar de concrete uitvoering van het plan liet op zich wachten tot 1930. De dringende behoefte aan een eigen luchthaven hakte de knoop door: er moest een eigen vliegveld komen.
Op 10 september 1932 vond de officiële opening plaats van het 32 hectare grote vliegveld, onder de naam Welschap. Dit gebeurde als een werkverschaffingsproject in verband met de grote werkloosheid door de economische crisis. In het voorjaar van 1932 werden tachtig werklozen ingezet bij de aanleg van het vliegveld. De eerste plannen voor het vliegveld dateren al uit 1921, maar de officiële opening vond pas ruim tien jaar later plaats.
In de eerste jaren werd het vliegveld voornamelijk voor civiele doeleinden gebruikt, zoals sport- en zweefvliegen. In 1934 legde Philips baanverlichting aan en het jaar daarop werd het stationsgebouw met verkeerstoren opgeleverd. Dirk Roosenburg, die ook volgens de regels van de Nieuwe Zakelijkheid de bekende Lichttoren voor Philips ontwierp, kreeg de opdracht de verkeerstoren te ontwerpen.
In de tweede helft van de jaren dertig diende het luchtvaartterrein als decor voor diverse proefvluchten. Zo testte Fokker er in 1936 en 1937 prototypes van het jachtvliegtuig Fokker D.XXI en de Fokker aanvalsjager G.I.
Op 28 september 1932 werd de Noord-Brabantsche Aero Club (NBAC) opgericht door onder andere Frits Philips, die zelf een enthousiaste sportvlieger was. De nieuwe vereniging had tot doel het (sport)vliegen in deze regio te bevorderen. Later werd de club opgesplitst in de Eindhovense Aero Club-motorvliegen (EAC-m) en de Eindhovense Aero Club-zweefvliegen (EAC-z).
De eerste verbindingen werden op 1 mei 1934 tot stand gebracht met de route Eindhoven-Rotterdam-Amsterdam, gevolgd door de lijn Eindhoven-Twente-Groningen op 1 juni. Het vliegveld had alleen grasbanen en lag vijf kilometer ten westen van Eindhoven.

Mobilisatie en Tweede Wereldoorlog
Begin april 1939 vorderde de overheid het vliegveld als onderdeel van de militaire mobilisatie, als reactie op de plotselinge inval van Italië in Albanië. Het Commando Luchtverdediging werd omgevormd tot het Wapen der Militaire Luchtvaart. Door het oproepen van 28 grensbataljons werd de landsverdediging vooral in oostelijke richting uitgebreid. Welschap kreeg daarbij een militaire bewaking om een plotselinge bezetting te voorkomen. De bewakingsafdeling werd ondergebracht in een complex van vakantiehuisjes van Philips N.V.
Op 29 augustus 1939 werden in de zuidwesthoek van het vliegveld vier verkenningsvliegtuigen van het type Koolhoven FK 51 geplaatst, evenals zeven Fokker C.V.-toestellen van de IV-2 luchtverkenningsgroep. De commandant van deze verkenningsgroep, afkomstig van Soesterberg, was kapitein-waarnemer A.W. de Ruyter van Steveninck.
Op 26 september werden twee C.V.'s de lucht ingestuurd, nadat boven Venlo en Helden zes Duitse vliegtuigen waren waargenomen in het Nederlandse luchtruim. Toen de Nederlandse piloten - eerste luitenant-vlieger Benus en tweede luitenant-waarnemer Paap - in het betreffende gebied aankwamen, constateerden zij dat de Duitse vliegtuigen reeds waren vertrokken. Hun toestel werd echter door de Nederlandse luchtdoelartillerie ter hoogte van Blerick aangezien voor een Duits toestel en vervolgens met zware mitrailleurs onder vuur genomen. Daarbij werd het toestel (registratienummer 614) zo zwaar beschadigd dat een noodlanding bij Heierhoeve noodzakelijk was.
Vanaf 16 oktober 1939 werd het drukker op Welschap. Kapitein-vlieger P.J.E. Jansens en zijn team werden met zes Fokker D.XXI’s van vliegveld Waalhaven naar Welschap overgeplaatst. Een detachement van drie D.XXI’s bleef op Waalhaven achter.
Met uitzondering van een alarmering op 10 november - toen er om 14:00 uur Duitse vliegtuigen werden waargenomen in de buurt van Roermond en Sint Odiliënberg - voerden de jachtvliegtuigen alleen routinevluchten uit.
Op 6 januari 1940 arriveerde de 1-II-1 LvR (1e Jachtvliegafdeling) op Welschap, afkomstig uit Eelde. De eenheid stond onder het commando van kapitein-vlieger F.L.M. Focquin de Grave, die tijdelijk kapitein-vlieger Smidt-Crans verving. Twee dagen later, op 8 januari, vertrok de 2e Jachtvliegtuigafdeling weer naar vliegveld Eelde. De zeven Fokker D-XXI-vliegtuigen van de 1-II-1 LvR namen de bescherming van de verkenningsgroep over.
Op 12 januari werd een alarmmelding gedaan, waarop de D-XXI-vliegtuigen opstegen. Deze toestellen waren voorzien van spreuken als 'Zet 'm op, witte muizen' en 'Schoenen met punten'. Luchtwachtpost Horn had vier Duitse jagers waargenomen die in de richting van de Maas vlogen. Toen de patrouille van de Fokker-toestellen arriveerde, troffen ze echter niets meer aan. In de nacht van 12 op 13 januari volgden talloze meldingen van de luchtwacht elkaar op: het Nederlandse luchtruim werd overal geschonden.
In maart 1940 kwam de 1e Jachtgroep Veldleger naar Welschap, onder het bevel van eerste luitenant-vlieger P.J.B. Ruys de Perez. Dit was een nieuw opgerichte eenheid, voorzien van zeven Fokker-jachtvliegtuigen. De groep voerde niet alleen luchtverdedigingstaken uit, maar ondersteunde ook het grondleger. Drie vliegtuigen (met de nummers 222, 246 en 247) werden voorzien van radioapparatuur. Hierdoor konden zij onderscheppingsvluchten uitvoeren ten behoeve van het Commando Luchtverdediging.
Vijf Koolhoven FK-51-toestellen bleven op Welschap ter ondersteuning van de Peel-Raamstelling. De 1e Jachtgroep Veldleger had Welschap op 9 april al verlaten. Het restant van de IVe Verkenningsgroep, de vijf FK-51's, ging op 20 april naar Gilze-Rijen.
Tijdens de inval van Duitsland in mei 1940 had Nederland slechts zo'n 140 gevechtsklare en vaak verouderde toestellen beschikbaar. De Nederlandse luchtmacht verloor in totaal 94 vliegtuigen, en de resterende 45 machines werden grotendeels in brand gestoken.
In de eerste oorlogsdagen werden veel lichtbewapende Duitse parachutisten door het Nederlandse leger gedood of gevangengenomen. Het grootste deel, zo'n 1200 man, werd als krijgsgevangene naar Engeland overgebracht. De zware verliezen aan speciale Duitse troepen en het neerhalen van zo'n 525 Duitse vliegtuigen (volgens de Duitsers 303 toestellen) zorgden voor een aanzienlijke tegenslag voor de Duitse luchtmacht. Door deze gebeurtenissen en de informatie over de zogenaamde 'luchtdropping' die in Engelse handen kwam, konden de Britten zich beter voorbereiden.
Verschillende gebouwen op Welschap, voor zover ze nog niet door de aanval beschadigd waren, werden door het eigen bewakingspersoneel opgeblazen, waaronder ook hangar A. Hierna vertrokken de Nederlandse militairen van het vliegveld. Spoedig hierna volgde de terugtrekking van de Nederlandse strijdkrachten. In lange rijen trokken infanterietroepen en de restanten van de verdedigers van de Peel-Raamstelling langs de nog rokende puinhopen van Welschap.
De terugtrekkende eenheden trokken daarbij de aandacht van de Luftwaffe. Hierdoor werd op 11 mei om 16:18 uur het eerste luchtalarm in Eindhoven gegeven in verband met laag overvliegende vliegtuigen. Om 16:35 uur werd het alarm opgeheven, maar om 16:50 uur gingen de sirenes in Eindhoven weer af. Na het einde van het alarm om 17:20 uur volgde een hernieuwd alarm van 18:51 tot 19:01 uur. Eindhoven zat nu volop in de oorlog.
Op 12 mei 1940 kwam reservemajoor De Kloet (Reg. Inf. C-III-30) langs vliegveld Welschap en moest hierbij concluderen dat het vliegveld grondig was gebombardeerd. Kort daarop werden Eindhoven en vliegveld Welschap door de Duitsers bezet.

Op 15 mei 1940, omstreeks 11:30 uur, landden de eerste Messerschmitt Bf-109E-3-jachtvliegtuigen van het Jagdgeschwader 26 'Schlageter' op vliegveld Welschap. Ze maakten deel uit van de 1e Gruppe van dit jachteskader, die als taak had zo dicht mogelijk achter de Duitse grondstrijdkrachten op te rukken en daarbij luchtsteun te bieden. Het vliegveld werd aanvankelijk Fliegerstützpunkt Eindhoven genoemd.
De 1e Gruppe van het Jagdgeschwader 20 streek eveneens op 15 mei op Welschapse bodem neer, gevolgd door de staf van het Jagdgeschwader 51 de volgende dag. Vanaf Welschap werden gevechtsvluchten uitgevoerd boven Nederland, België en Frankrijk. Op 22 mei 1940 vertrok Jagdgeschwader 26 naar het Belgische vliegveld Deurne en op 23 mei vertrok ook de staf van Jagdgeschwader 51 van Welschap.
Vrijwel onmiddellijk na de Duitse overname namen zij het vliegveld onder handen en begonnen zij direct met de uitbreiding ervan. De omliggende boerderijen werden ontruimd en de bewoners kregen vaak slechts enkele uren de tijd om te vertrekken en voor nieuwe huisvesting te zorgen. De toegangswegen naar Welschap werden afgesloten en nieuwsgierige burgers werden door wachtposten weggestuurd. Eindhovense aannemers en firma’s verdienden veel geld aan de aanleg van startbanen en de bouw van hangars. Deze werkzaamheden wekten niet alleen de nieuwsgierigheid van de Eindhovense bevolking, maar ook die van de Royal Air Force.
In de nacht van 23 op 24 mei 1940, tien dagen na de Nederlandse capitulatie, huilden de sirenes van het luchtalarm. Op 24 juni 1940, om 09:43 uur, wierp een Engelse Bristol Blenheim, een lichte bommenwerper van Bomber Command, diverse bommen op het vliegveld. Hierbij kwamen drie Eindhovense arbeiders om het leven. Een andere arbeider raakte lichtgewond en een Duitse militair liep zware verwondingen op.
De Duitsers installeerden hiervoor zoeklichtinstallaties, waaronder een op de speelplaats van de meisjesschool in de Houtstraat in Woensel, en afweergeschut - de zogenaamde FLAK - rond vliegveld Welschap en later ook in Eindhoven zelf bij het zwembad de IJzeren Man, de Marconilaan en op en rond het Emmasingelcomplex en de Philips-fabrieken.
De Nederlanders hielden oefeningen van de luchtbeschermingsdienst, die de verduistering controleerde en het luchtalarm regelde. Ook kregen de inwoners van Eindhoven het advies om emmers met zand of water klaar te zetten om eventuele branden in huis te kunnen blussen. Openbare schuilplaatsen werden gebouwd en evacuatieplannen opgesteld voor openbare gebouwen, ziekenhuizen en dergelijke.
Ondertussen werd er met man en macht doorgewerkt op het vliegveld. Twee ploegen van elk 1500 man sterk wisselden elkaar af. Hele stukken heide, bosgrond en akkers werden bij het vliegveld getrokken. De eigenaren van bospercelen kwamen al gauw tot de ontdekking dat hun bossen zonder waarschuwing waren gekapt.
De aanleg van drie verharde startbanen en een netwerk van taxibanen begon. Prioriteit kregen startbaan 1 (oost-west) en startbaan 2 (zuidwest-noordoost). Ook werden onverharde startbanen, wegen en opstelplaatsen aangelegd. Er werden talloze bouwkundige voorzieningen gerealiseerd, waarvan een aantal in de vorm van betonnen bunkers.
Aan de Sliffertsestraat verscheen de eerste toegangspoort (de 'Duitse poort'), die als hoofdingang ging functioneren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveld bezet door de Duitsers. De naam werd veranderd in Fliegerhorst Eindhoven en de Duitsers begonnen direct met de uitbreidingen met 3 geplaveide startbanen, 130 opstelplaatsen en 53 hangars. Om het vliegveld heen werden bunkers gebouwd, soms gecamoufleerd als huizen. In 1942 volgde een legeringskamp en kreeg het vliegveld een eigen spooraansluiting vanaf station Aalst-Waalre.
In 1944 werd Welschap volledig vernietigd door de Duitse bezetters. In september 1944 kwam de luchthaven in handen van de geallieerden. Een Britse Airfield Repair Unit werd ingezet om meer dan 1650 bomkraters te dichten. Na de oorlog hebben de Britten het vliegveld kort gebruikt, waarna het werd overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten.
Na de Oorlog en de Overgang naar Vliegbasis Eindhoven
In 1952 werd de luchthaven officieel overgedragen aan de luchtmacht en hernoemd naar Vliegbasis Eindhoven. Vanaf dat jaar maakte ook de burgerluchtvaart gebruik van de diensten van Vliegbasis Eindhoven. Bedrijven als Philips' vliegbedrijf Philair en KLM gebruikten de start- en landingsbaan en de diensten van de verkeersleiding, brandweer en geneeskundige dienst.
In 1952 werden er voor het eerst drie Nederlandse luchtmachtsquadrons ondergebracht; 314, 315 en 316 Squadron. Er werd gevlogen met de F-84G Thunderjet en de F-84F Thunderstreak. Met de komst van de luchtmacht hadden verschillende straaljagersquadrons hun thuisbasis op Vliegbasis Eindhoven. Het waren 314, 315 en 316 Squadron. De squadrons vlogen eerst met de Thunderjet.
In april 1970 verhuisde 315 Squadron naar Vliegbasis Twenthe. 314 Squadron verhuisde enkele jaren later naar Vliegbasis Gilze-Rijen. 316 Squadron bleef en kreeg NF-5-vliegtuigen, die tot 1991 in gebruik bleven. Tot aan de opheffing in 1994 was 316 Squadron met F-16's gestationeerd op Vliegbasis Eindhoven.
De daaropvolgende decennia waren gevuld met discussies over het vliegveld, vooral over de militaire aanwezigheid. Uitbreidingen van Eindhoven en de bouw van de wijk Woensel plaatsten aanvliegroutes boven de wijk. De bevolking van Eindhoven ondervond veel last van het geluid van de jachtvliegtuigen. Om aan de bezwaren tegemoet te komen, is de startbaan van richting veranderd. Zo konden vertrekkende vliegtuigen het centrum van Eindhoven vermijden. De werkzaamheden waren in 1984 klaar.
In februari 1983 werden de vliegbases Gilze-Rijen en Eindhoven samengevoegd en onder 1 commando gesteld. Beide bases hadden dezelfde taak en hetzelfde materieel (F-16's). In 1995 zijn de bases weer opgesplitst, omdat de taken van beide inmiddels sterk verschilden. Op Vliegbasis Gilze-Rijen waren niet langer F-16's gestationeerd, maar gevechtshelikopters. Vliegbasis Eindhoven was zich inmiddels steeds meer gaan toeleggen op luchttransport.
334 transportsquadron verhuisde in mei 1992 van Vliegbasis Soesterberg naar Eindhoven, samen met de F-27 Fokker Friendship. Al snel besloot de luchtmacht de F-27-vloot te vervangen. De Fokkers konden geen trans-Atlantische vluchten maken, terwijl daar door de toename van het aantal oefeningen en uitzendingen steeds meer behoefte aan ontstond. De laatste F-27 werd in 1996 vervangen.
In juli 1996 verongelukte een Belgische C-130 Hercules op het vliegveld. Bij de Herculesramp vloog het vliegtuig in brand en kwamen 34 militairen om. Jaarlijks is er op 15 juli een herdenking aan deze ramp bij het monument op de vliegbasis.

De Ontwikkeling tot Eindhoven Airport
Pas in 1980 werd de definitieve beslissing genomen over het nieuwe vliegveldconcept en de combinatie van militaire en burgerluchtvaart. Het oude houten luchtvaartgebouw werd vervangen door een moderne aankomst- en vertrekhal.
In 1984 werd Eindhoven Airport officieel geopend door ZKH Prins Claus. Een NV werd belast met het beheer. De voormalige landingsbaan werd omgevormd tot de wijk Meerhoven. Het luchthavengebouw bleef behouden en functioneert nu als wijkcentrum.
De jaren daaropvolgend brachten uitbreiding van lijndiensten, vestiging van bedrijven bij de luchthaven en de introductie van vakantiecharters. Eindhoven Airport verwierf zijn bestaansrecht. De groei van Eindhoven Airport blijkt ook uit de stijgende passagiersaantallen. In 1984 waren er 108.000 reizigers, bijna verdubbeld naar ongeveer 200.000 in 1992.
Van 1985 tot 2001 werd het grootste deel van de passagiersvluchten uitgevoerd door BASE Regional Airlines.
Vanaf de jaren '50 tot in de jaren '90 waren er straaljagers gestationeerd op de vliegbasis. Daarna transportvliegtuigen.
In 1984 opende Eindhoven Airport op het burgerdeel van Vliegbasis Eindhoven een aparte aankomst- en vertrekhal.
BASE Regional Airlines gebruikte het vliegveld van 1985-2000 als thuisbasis.
In 2002 startte Ryanair met haar eerste lijndienst, naar Londen Stansted. Met deze lijndienst werd een begin gemaakt aan de ontwikkeling van Eindhoven Airport tot de grootste regionale luchthaven van Nederland.
Eindhoven Airport is (na Schiphol) de tweede grootste luchthaven van Nederland. In 2023 telde de luchthaven 41.496 starts en landingen en ruim 6,8 miljoen passagiers (vertrekkend en aankomend opgeteld). De luchthaven telt 84 bestemmingen. Er zijn op de luchthaven negen luchtvaartmaatschappijen actief (cijfers 2023).
Met 6,8 miljoen passagiers in 2023 is Eindhoven Airport, qua reizigers, het grootste regionale vliegveld in Nederland. De Schiphol Group bezit 51% van de aandelen in Eindhoven Airport N.V. De gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant zijn elk voor 24,5% aandeelhouder.
Het oorspronkelijke luchthavengebouw is bewaard gebleven en in 1999-2000 volledig gerestaureerd door de gemeente Eindhoven. Het is een tijd gebruikt als wijkcentrum en in 2011 verkocht en in gebruik als kantoor.

Huidige Uitdagingen en Toekomstperspectieven
Het luchthavengebouw bleef behouden en functioneert nu als wijkcentrum. De voormalige landingsbaan werd omgevormd tot de wijk Meerhoven.
De gemeente Eindhoven hanteert de naam Eindhoven Airport ook als naam voor een buurt in het stadsdeel Strijp. In 2023 telde de buurt 5 inwoners, verdeeld over 3 woningen, op een oppervlakte van 6,39 km².
In het artikel “Vermindering geluid Airport verder vertraagd” in het ED van 21 juni wordt de vermindering van het vliegtuiggeluid van Eindhoven Airport 1 op 1 gekoppeld aan de invoering van het “Sturingsmodel Geluid” dat vertraagd zou zijn. Dit is nogal kort door de bocht. Het Ministerie van Defensie heeft tijdens de laatste vergadering van het Luchthaven Eindhoven Overleg alleen laten weten dat Milieu Effect Rapport voor het nieuwe Luchthavenbesluit Eindhoven minstens een half jaar later klaar zal zijn. In een Luchthavenbesluit staat namelijk niet hoeveel geluid er gemaakt moet worden, maar hoeveel er maximaal gemaakt mag worden.
Voor de militaire Vliegbasis geldt het Luchthavenbesluit uit 2014. Daarin staat een ‘sigaarvormig gebied’ rondom het vliegveld van 9,39 km², binnen welk 25% van de inwoners geacht wordt ernstige hinder te ondervinden. De afname van de zogeheten geluidsruimte wordt voor een deel gerealiseerd doordat nieuwe vliegtuigen stiller worden.
De ministeries van Defensie en van I&W hebben in de vergadering van het Luchthaven Eindhoven Overleg op 4 december 2025 een voorstel ingebracht voor een meerjarige medegebruiksvergunning voor Eindhoven Airport. Hierbij zijn vooral bij het punt “Perspectief: groeiruimte” door ons nogal wat kanttekeningen geplaatst.
In de medegebruiksvergunning 2022 werd een geluidsruimte vergund van 9.39 km² exclusief meteomarge. De geluidswinst die sinds 2019 is ontstaan door het inzetten van stillere toestellen en door beperking van het vliegen aan de randen van de dag is in de medegebruiksvergunning voor dat jaar niet in rekening gebracht.
Bij de uitwerking van de “Proefcasus Eindhoven Airport” is afgesproken dat er geen geplande landingen meer zouden plaatsvinden na 23.00 uur, in plaats van na de tot dan toe geldende grens van 23.30 uur. Volgens opgave van Eindhoven Airport hebben in het jaar 2019 in totaal 826 landingen na 23.00 uur plaatsgevonden. Op grond van de door de Eindoven Airport aan het LEO verstrekte gegevens over de eerste 3 kwartalen van 2023 is het aannemelijk dat in dit jaar minder dan 300 landingen na 23.00 uur zullen plaatsvinden.
Sinds mei van dit jaar is er een pilot gestart waarbij de bedoeling is de vliegtuigen die in ZW richting opstijgen en naar het (Z)O afzwaaien zo goed mogelijk tussen Eersel en Steensel door te laten vliegen. Dit omdat veel vliegtuigen de bocht te ruim of juist te krap bleken te nemen, waardoor zowel in Eersel als in Steensel veel geluidshinder was. Sinds het begin van deze pilot is het aantal klachten vanuit Steensel sterk toegenomen.
De gemiddelde route ligt op dit moment redelijk tussen Eersel en Steensel in, maar is aan de zuidkant dichter bij Steensel komen te liggen. Dit kan in Steensel extra overlast geven. Belangrijker is echter de grote spreiding van de vliegpaden rond de gemiddelde route. Die is sinds het begin van de pilot niet afgenomen en maakt dat er nog steeds veel toestellen over Eersel en Steensel vliegen.
Inzake de contributie etc. Heeft u een klacht en wilt u deze melden klik dan door naar de klachten pagina van BOW. In de loop van de tijd komen er steeds meer documenten, presentaties, verslagen etc. Wilt u op iets reageren? Wilt u uw mening kwijt? Veel actuele zaken leest u in onze nieuwsbrief.