De Geschiedenis van Vliegveld Boxmeer en Sint Anthonis

Vroege Jaren en Duitse Aanleg (Juni 1944)

Vliegveld Boxmeer, ook bekend als Schattenplatz Boxmeer of Flugplatz St. Anthonis, was een strategisch gelegen vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog. Het vliegveld bevond zich tussen de stad Boxmeer en het dorp Sint Anthonis. De aanleg van dit vliegveld werd in juni 1944 door de Duitse bezetter geïnitieerd. Het diende als een belangrijk hulp- of schaduwvliegveld voor het nabijgelegen vliegveld Volkel.

Het terrein voor het vliegveld werd gekozen ten zuiden van de straatweg die Boxmeer met Sint-Anthonis verbond, nabij de boerderij Halfweg. Voor de aanleg werden arbeiders en materieel uit de wijde omgeving gevorderd. De werkzaamheden omvatten het dempen van sloten, het egaliseren van het terrein en de aanleg van een grasbaan. Een drainagesysteem met gresbuizen werd aangelegd om de afwatering te verbeteren, hoewel dit bij hevige regenval onvoldoende bleek voor grotere vliegtuigen.

De grondwerkzaamheden waren op 26 juli 1944 voltooid. Echter, als gevolg van de op handen zijnde Operatie Market Garden, trokken de Duitsers zich terug en werd de bouw gestaakt. De aanleg van het vliegveld werd opgemerkt door spionagegroep Albrecht, die de voortgang rapporteerde aan Londen.

Schematische weergave van de locatie van vliegveld Boxmeer ten opzichte van Boxmeer en Sint Anthonis.

Geallieerde Gebruik en Uitbreiding (September-Oktober 1944)

In september 1944 werd Sambeek frontgebied, en de Engelse troepen ontdekten de landingsbaan tijdens verkenningen vanuit Sint Anthonis. Britse genietroepen breidden het veld begin oktober 1944 uit. Van medio oktober tot eind oktober 1944 werd het vliegveld intensief gebruikt door de Auster verkenningsvliegtuigjes van het 658 AOP-squadron van de RAF voor artilleriewaarnemingen.

De Vliegbasis B 89 Mill

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de noodzaak voor operationele vliegvelden in het zuidoosten van Nederland groot, met name ter ondersteuning van het 1ste Canadese Leger. Vliegveld Volkel was zwaar beschadigd en andere velden zoals Keent en Rips waren door weersomstandigheden onbruikbaar. Om deze reden werd in de winter van 1944-1945 een nieuw veld aangelegd in Mill, op een uitloper van een heideveld, met de codenaam B 89.

Het vliegveld kreeg een meer permanent karakter door de inzet van een veldcompagnie van de 50e HQ Troops Engineers, de 681e Road Construction Company en de 217e Company Pioneer Corps. In de nabijgelegen dorpen Zeeland en Langenboom werden de legers ondergebracht, soms in omliggende boerderijen. Veel lokale bewoners moesten hun huizen verlaten om plaats te maken voor het vliegveld.

De werkzaamheden begonnen op 1 januari 1945 met het verzetten van ruim 300.000m³ grond door middel van tractoren en scrapers. Er werden 140 nissenhutten en 72 barakken gebouwd. Ondanks barre weersomstandigheden en met hulp van Nederlandse timmerlieden, werd het vliegveld met één startbaan en twee rolbanen gereed gemaakt. Op 8 februari 1945 arriveerde 146 Wing, gevolgd door de 35e Army Cooperation and Photographic Reconnaissance Wing op 8 en 9 maart.

Britse militairen bij nissenhutten op vliegveld Mill.

RAF Second Tactical Air Force (2TAF) en Squadrons

De RAF Second Tactical Air Force (2TAF) bestond uit vier groepen (2, 83, 84 en 85), die op hun beurt waren onderverdeeld in Wings en squadrons. Groep 83 was gestationeerd op vliegveld Keent, terwijl Groep 84 zich in Mill bevond. Eén van de squadrons van 146 Wing was het 266 sqn “Rhodesia” met codeletters ZH, waar Squadron leader Padraig Joseph Culligan deel van uitmaakte.

De vliegers van de 35e Wing voerden tactische verkenningsvluchten uit boven de Rijn met hun Spitfires en Mustangs, en bestookten sleepboten en andere vaartuigen. Albert Henry Collyer was Sergeant bij 35 Wing.

De vliegers van 146 Wing gebruikten Typhoon jachtvliegtuigen om diverse doelen aan te vallen, waaronder Duitse hoofdkwartieren, bases, spoorlijnen, bruggen en vliegvelden, evenals flakbatterijen. Tijdens een van deze operaties kreeg het vliegtuig van Padraig Culligan een klapband bij het opstijgen vanaf het vliegveld in Mill, wat resulteerde in zijn tragische overlijden.

Het Verlies van Padraig Culligan

Padraig Joseph Culligan, zoon van Francis Joseph (Frank) Culligan en Marie Ann Marguerite ‘Rita’ Culligan (geboren Boscolo), was een Ierse emigrant wiens vader, Francis Joseph Culligan, geboren in Ennis, County Clare, Ierland, een succesvolle elektrotechnisch ingenieur was. Na zijn studie aan het Liverpool Technicon verhuisde Francis naar Calcutta, India, om te werken voor de Calcutta Electric Supply Corporation Limited. Daar ontmoette hij Margherita Anne Boscolo, dochter van een Italiaanse vader en een Franse moeder. Ze trouwden in 1917 en kregen twee zonen: Denis en Padraig.

De familie verhuisde rond 1923 naar Zuid-Afrika, waar Frank werkte bij General Electric in Johannesburg. Padraig werd geboren in 1924 en kreeg de traditionele familienaam uit zijn Ierse familie. Tijdens de Grote Depressie runden Frank en Margherita een pension in Johannesburg. De jongens, Denis en Padraig, gingen naar katholieke privéscholen, waaronder het Sacred Heart College en later het St Aidan’s Jezuïeten College in Grahamstown.

In 1934 vond Frank werk in Salisbury, Zuid-Rhodesië (nu Harare, Zimbabwe), en beide zonen werden ingeschreven aan het St George’s Jesuit College. Padraig Culligan was een geliefd medescholier, speelde cricket en ging bij het cadettenkorps. Na zijn eindexamen ("Matric") in februari 1942, werd hij 18 jaar oud en meldde zich aan voor een pilotenopleiding bij de Zuid-Rhodesische trainingsschool voor de RAF.

Hij voltooide zijn basistraining in Bulawayo en werd in september 1942 geplaatst op de basisvliegschool in Salisbury. In februari 1943 behaalde hij zijn 'Wings' en in mei 1943 werd hij gedetacheerd naar Engeland als sergeant-vlieger. Na zijn plaatsing bij het 266 (Rhodesia) Squadron, dat met Hawker Typhoons opereerde in een jachtbommenwerperrol, werd Padraig bevorderd tot Pilot Officer. Hij kwam om het leven bij een vliegongeluk op 26 maart 1945, zes weken voor het einde van de oorlog in Europa, toen hij opsteeg van een vooruitgeschoven vliegveld in Nederland. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Grave in graf 586.

Portret van Padraig Joseph Culligan.

Oorlogservaringen in Sint Anthonis en Omgeving

De Tweede Wereldoorlog had een diepgaande impact op de levens van de inwoners van Sint Anthonis en omliggende gemeenten. Sjaak van Kempen, een boerenzoon uit Sint Anthonis, herinnert zich de oorlogsdagen levendig, van het opblazen van bruggen in 1940 tot het zingen van liedjes voor Duitse soldaten, wat later voor propaganda kon worden gebruikt. Hij beschrijft de impact van de oorlog op het dagelijks leven, de angst voor vergeldingsbommen na kritiek van de pastoor, en de onderduikers die via de sacristie werden geëvacueerd.

Ondanks de schaarste, zoals het dagelijks ophalen van eieren door de Duitsers zonder betaling, en het ontvangen van ontheemden, bleef het gewone leven doorgaan. Sjaak herinnert zich de spanning van de grote zoeklichten, sabotageacties op het noodvliegveld aan de Sambeeksedijk, neerstortende vliegtuigen en buren die dekking zochten in hun kelder. Een diepe indruk maakte de plas bevroren bloed die hij en zijn broers zagen bij een neergeschoten vliegtuig.

De bevrijding in september 1944 bracht vreugde, maar ook verwarring, met de voortdurende strijd rond Overloon. De bulderende kanonnen en tanks die opgesteld stonden, veroorzaakten een enorm lawaai. Sjaak, nu oud-docent, benadrukt het belang van herdenken en het blijven inzien hoe afschuwelijk oorlog is, vooral in het licht van de huidige conflicten.

Vliegtuigcrashes en Noodlandingen in de Regio

Gedurende de oorlog waren er talrijke incidenten met geallieerde en Duitse vliegtuigen boven de gemeente Sint Anthonis. Werkgroep Inventarisatie Crashes en Noodlandingen in de Gemeente Sint Anthonis en Heemkundekring Sint Tunnis in Oelbroeck organiseerden een tentoonstelling genaamd "Mayday!!", die de luchtoorlog tussen 1940-1945 belichtte, met specifieke aandacht voor 29 crashes en noodlandingen.

Er werden gedetailleerde documentaties, beschrijvingen en uniek fotomateriaal samengesteld, waarbij ook onbekende feiten over crashes naar boven kwamen. De tentoonstelling toonde restanten van vliegtuigen en informatie over de werkwijze van de Planehunters, die verslag uitbrengen aan de Luchtmacht Bergingsdienst.

Enkele specifieke crashes werden gedocumenteerd:

  • Op 29 maart 1943 stortte nabij Jordens een Vickers Wellington X bommenwerper (MS484) van het 420 (RCAF) Squadron neer tijdens een bombardementsmissie op Bochum. De piloot P/O Bruce Angus Grant en drie bemanningsleden kwamen om het leven.
  • Op 26 juni 1943 kwam een Halifax II (JD261) van het 51 Squadron neer in een tarweveld bij het gehucht Broekkant in het Wanroijs Broek, neergeschoten door een Duitse nachtjager tijdens een missie op Gelsenkirchen. Alle bemanningsleden kwamen om.
  • Op 17 september 1944 stortte bij Landhorst een Messerschmitt Bf 110G-4 (werknummer 140358) van 11./NJG 1 neer, waarschijnlijk neergeschoten door F/O Alan Joseph Owen en zijn radaroperator F/O Viv McAllister in hun Mosquito Mk XIX van 85 squadron.

Deze gebeurtenissen, samen met de aanleg van noodvliegvelden zoals B 89 Mill, illustreren de intense luchtactiviteit en de gevaren die gepaard gingen met de gevechten in deze regio.

Eerste officiële verslag van luchtgevechten van de RAF in de Tweede Wereldoorlog (1940) | Oorlogsarchief

tags: #sint #anthonis #vliegveld