De Reflecties van een Columniste: Verlies, Politiek en de Zoektocht naar Betekenis

De columniste deelt haar ervaringen en gedachten, beginnend met een bezoek aan het Eastern Neighbours FilmFestival. Deze culturele uitstap bood een welkome afleiding, een "vluchtheuvel" in tijden van rouw. Herinneringen aan een verloren geliefde, 'lief', zijn echter onvermijdelijk en duiken overal op. Een van de vertoonde films, "Wondrous is the silence of my master", over de Montenegrijnse prins Petar II Njegos, bracht deze herinneringen naar boven. De prins, een dichter en filosoof, leefde in de 19e eeuw en werd door de Franse adel neergezet als een 'nobele wilde'. De film focust op zijn laatste levensfase, waarin hij poëtische bespiegelingen over de dood deelt. Dit deed de columniste denken aan haar eigen reis naar Montenegro met 'lief', waar ze onwetend van het naderende onheil het mausoleum van de prins bezochten. Ze mijmerde hoe 'lief', als hobbyhistoricus, van de film genoten zou hebben en urenlang over de prins zou hebben gesproken. Zo kan een moment van afleiding, een 'vluchtheuvel', juist een ijkpunt van gemis worden.

schilderij van prins Petar II Njegos

Een andere film, de slotfilm van het festival, "My magical world" uit Azerbeidzjan, riep echter sterke negatieve gevoelens op. De columniste stoorde zich aan de manier waarop vrouwen in de film werden behandeld. Met name de vriendin van een ambitieuze zanger werd slachtoffer van geweld en vernedering, culminerend in haar dood. Dit leidde tot een verhit gesprek met de regisseur na afloop van de film. De regisseur trachtte zich te verdedigen met argumenten over zijn opvoeding in een matriarchaat en de vermeende onmogelijkheid om eerdere films te vertonen vanwege veranderde maatschappelijke normen. De columniste zag hierin een parallel met de reactie van 'witte Nederlanders' die geconfronteerd worden met beschuldigingen van racisme: ontkenning die een blinde vlek in stand houdt. Ze realiseerde zich dat de regisseur mogelijk snel het land had verlaten, met de herinnering aan de "malle, extreemprogressieve en ultrasensitieve Hollanders". Desondanks voelde de columniste dat ze iets in gang had gezet, een "goede daad verricht".

De columniste uit ook haar opluchting over het einde van de verkiezingen. Ze beschouwt stemmen als een burgerplicht, maar heeft egoïstisch gestemd op basis van haar financiële belangen als weduwe. De politieke debatten, met name over defensie-uitgaven, maken haar onpasselijk. Ze mist visie en ideeën in de politiek, en vergelijkt de huidige premier met een kleurloze teflonfiguur. De politieke situatie en de staat van het land maken haar kwaad, en ze voelt de behoefte aan een "schuilhut voor het leven en de huidige maatschappij".

Een ander zwaarwegend thema is de as van 'lief'. De columniste worstelt met de confrontatie met de as, die nog bij haar moeder staat. Hoewel ze crematie aanvankelijk barbaars vond, was het een noodzakelijke keuze vanwege de kosten van een graf. Het idee dat 'lief' gereduceerd was tot as was moeilijk te accepteren. Nu haar schoonmoeder een deel van de as voor haar verjaardag wil, voelt de columniste de druk om hiermee om te gaan. Het idee van uitstrooien stuit op bureaucratische obstakels en protocollen, die haar woede en verdriet oproepen. Ze wil niet om toestemming vragen om over de as te beslissen en overweegt emigratie om een plek te vinden waar de as in rust kan neerdalen.

illustratie van as die wordt uitgestrooid

De columniste reflecteert op de manier waarop de maatschappij rouw omkadert met protocollen en woorden. Ze stelt dat we de rauwe realiteit van verlies verzachten met zoete woorden en platitudes, en de dood uit het dagelijks leven verbannen. Dit leidt tot een verlies van verbinding met onze eindigheid, alsof we onsterfelijk zijn, als personages in een spel. De columniste ervaart een macaber gevoel van bevrijding wanneer ze zich volledig kan onderdompelen in verdriet, tranen die haar het gevoel geven dat ze leeft.

De week wordt verder getekend door de ziekenhuisopname van de 90-jarige vader van 'lief'. Dit brengt opnieuw herinneringen aan 'liefs' ziekte en dood naar boven. De columniste beschouwt de ouders van 'lief' als haar laatste verbinding met hem. Daarnaast was er een emotioneel weerzien met collega's op het stadhuis van Nieuwegein, waar 'lief' werd herdacht als behulpzaam en betrouwbaar. De rit langs het crematorium waar 'lief' opgebaard lag, was ook emotioneel beladen.

De columniste herdenkt de Tweede Wereldoorlog, 80 jaar na het einde ervan. Ze neemt deel aan een alternatieve herdenking in Den Haag, die solidariteit toont met de verschrikkingen in Gaza. Ze merkt op dat er veel meer mensen op de been waren dan bij de Srebrenica-herdenking. Hoewel de locatie en de verbinding met andere oorlogen goed waren, stoort ze zich aan sprekers die de herdenking misbruiken voor politieke agenda's, zoals een antropologe die 'witte Nederlanders' voor racisten uitmaakte. Ze vergelijkt dit met de nationale trots van extreemrechtse conservatieven en de schuldgevoelens die een Duitse leraar probeerde op te leggen over de Molukse treinkapingen. De columniste prefereert het woord 'verantwoordelijkheid' boven 'schuld', omdat zij gelooft dat er niet één waarheid bestaat en schuld haar te veel doet denken aan religieuze concepten. Ze denkt aan de vaders in haar leven, haar opa, haar overleden vader en haar schoonvader in het ziekenhuis.

een groep mensen die stille tocht houden

De columniste herinnert zich levendig de aanwezigheid van 'lief' in verschillende aspecten van haar leven: de soep die hij bracht, zijn kinderlijke onbevangenheid, de dagelijkse rit naar het werk, zijn werkplek, zijn laatste verblijfplaats, de omgeving waar ze samenkwamen, en zelfs de duiven in zijn tuin. Ondanks deze herinneringen voelt ze dat "alles is niets" en vraagt ze zich af wat de zin is van missen en verlangen als men "voorgoed losgezongen is van de helft die verbond".

De columniste rectificeert een eerdere publicatie over de dichter en performer Rick Kewal Gademann. Ze had ten onrechte de titel van een gedicht verkeerd weergegeven en de indruk gewekt dat hij zijn teksten herschrijft na performance. Rick benadrukt dat hij zijn gedichten eerst schrijft en daarna werkt aan de voordracht, maar de teksten niet herschrijft na het declameren. De columniste uit haar jaloezie op performers zoals Rick, aangezien zij zichzelf niet als performer beschouwt, maar eerder als een "Slammer" en voordrachtskunstenaar. Het uit het hoofd leren van teksten is voor haar een uitdaging, die ze omschrijft als een "tantaluskwelling".

De columniste deelt ook fragmenten die lijken te komen uit een krantencolumn of een persoonlijk dagboek, met vermelding van een jaargang en uitgever. Deze fragmenten bevatten diverse observaties over het dagelijks leven, politiek, cultuur en persoonlijke reflecties. Er wordt gesproken over de politieke situatie, financiële belangen, de zorg, en de behoefte aan een toevluchtsoord. Ook de praktische zaken rondom de as van 'lief' komen aan bod, waaronder de regels voor uitstrooien en de emotionele impact hiervan. Verder wordt gereflecteerd op de dood, rouwverwerking en de menselijke behoefte aan betekenis.

De tekst bevat een aantal korte, onsamenhangende zinnen en vermeldingen, mogelijk afkomstig uit een krantenbijlage of een lijst met korte nieuwsberichten. Deze fragmenten lijken te gaan over diverse onderwerpen zoals verkeersongelukken, politieke ontwikkelingen, juridische zaken, culturele evenementen en persoonlijke lotgevallen. Sommige zinnen bevatten specifieke details zoals namen, locaties en data, terwijl andere meer algemeen van aard zijn. Deze fragmenten lijken echter niet direct verband te houden met de hoofdthema's van de column, maar kunnen duiden op een bredere context van de publicatie waarin de column verscheen.

tags: #voorbereiding #kerstmarkt #belgie #waterkanon